Voor de goede voorsteller.

Het schemert al, en het is zacht. Typisch weer voor eind maart. Drukkend bijna, maar eigenlijk nog te fris om over warm te kunnen spreken. Zonder jas buiten moet je al gauw je armen kruisen om niet te bibberen. Toch maar zonder jas.

Eens aan de rivier ruikt het naar nat gras, en naar vocht, zoals het ruikt als de klinkers worden geschrobd na een hete zomerdag.

Zitten op gras was was ik bijna vergeten. Krakau is meer een grootstad dan Leuven en het stuk aan de rivier is dan ook een trekpleister voor mensen die ertussenuit willen. Een zachte vrijdagavond eind maart is ideaal. Er zitten veel mensen, aan betonnen tafeltjes te schaken of gewoon te pintelieren. Ze zijn allemaal al vergeten dat het ook nog winter is geweest. Er passeren veel wandelaars met hondjes en honden en nu en dan roetsjt een fietser voorbij of iemand op skeelers.

De Vistula zelf is al een inkzwarte lijn geworden waarin verkeerslichten en lichtreclames weerspiegeld worden. Kleurrijke strepen die worden doorbroken door eenden die kwaken zoals eenden dat horen te doen, in Polen gaat dat net zo. Er zijn twee bruggen, en als er een tram overrijdt worden de wagons vervormd afgebeeld in het water. Het gras is nog koud, ik moet mijn benen optrekken onder mij om niet kou te hebben.

En de zon gaat verder onder, achter de wolken.