De leraar Pools spreekt ons altijd aan met pan of pani. Da's meneer en mevrouw in het Pools, en hij zet er onze voornaam achter, voor een persoonlijke toets, maar stiekem ook om te controleren wie er aanwezig is. Zo heb je pan Bastian en Pani Katarina, en ik ben Pani Martie. Maartje, zo blijkt, is onuitspreekbaar voor de arme man, en na elke pani Martie kijkt-ie wanhopig in mijn richting om te kijken of hij het juist gezegd heeft. Hij heeft dan nog een afhangend linkerooglid en een beetje een scheve glimlach, dus het ziet er vlug zielig uit. En soms een beetje creapy, want zo'n halvegare grijns en met dan zijn hoofd een stukje naar achter zodat zijn zichtcapaciteit maximaal is, en dan heeft-ie nog een wilde haarbos die vanachter toch ook wat kalend is. 't Is me toch wat.

Maar Maartje zeggen, dat lukt hem helemaal niet. U mag ook Marta zeggen, als Maartje te moeilijk is, heb ik vandaag gezegd. Opluchting alom. Marta, zo zei hij, dat kan ik tenminste uitspreken ! Vanaf nu ben ik dus pani Marta. Al bij al is hij wel sympathiek, de leraar Pools.

Over pannen gesproken, we hebben een nieuwe, meegebracht door ons hoog en vooral romantisch bezoek. Nu kunnen we dus dingen bakken zonder dat er vanalles aanbakt. Een hele verbetering, want met onze vorige pan ben je toch al gauw een tijdje aan het afwassen, en bovendien zit er geen steel meer aan.

Een nieuwe naam en een nieuwe pan vandaag.