Ergens moet ik toch toegeven dat het mijn herfst niet was.

Iemand trapte op mijn hart, ik brak mijn pols op twee plaatsen, mijn handtas werd gestolen, de wc overstroomde, de lamp ging stuk.

Ik had het allemaal al eerder meegemaakt. Op een dag merk je dat je hart genezen is, en nog later mag je plaaster er af. Iemand vindt je identiteitskaart terug, de loodgieter maakt een grapje waarvan je moet grinniken.

Er is altijd het licht nog, en vriendelijkheid. Ik weet niet of ik, de keuze gelaten, echt iets zou veranderen. Ik denk er eigenlijk ook niet over na. Die dingen gebeuren.

Op het laatst trok ik een x bij scrabble. Ook een beetje pech. En daarvoor nog verbrandde ik mijn rechterbovenbeen aan kokend water. Je zal altijd wel blijven zien waar de schade het diepste was. Ik weet nog niet wat ik daarvan moet vinden. Meestal ben ik littekens al gewend als er nog wonde is, maar deze zijn zo echt. En zo plots. Je trekt een kort kleedje aan, een tas valt om, je staat later voor de spiegel en je denkt, ben ik ijdel, of mag ik zuchten?

Soms zucht ik. Meestal niet. Dingen gebeuren. En ondanks de zware pijnstillers die ik toen nog nam, heb ik het spelletje na die x met glans gewonnen.