Gisteren bij valavond ging ik lopen. Het bos was aan de natte kant; het pad waarover ik loop links en rechts omgeven niet eens door plassen water, maar door vlaktes. De weg zelf lag trouwens, voor zover ik in het halfdonker kon zien, niet noemenswaardig hoger, dus waarom het drooggebleven is, mij is het nu nog steeds een raadsel.

Rechts afslaan bleek onmogelijk, de weg die ik daar volg en waarop ik eigenlijk pas echt begin te lopen, bleek ook door water overspoeld. Zo snel verbleekt dus de sportzomer – in juli, en ook nog in augustus, is lopen met natte voeten heroïsch, met steeple in gedachten; in oktober echter enkel lastig drassig, en het teken dat de herfst nu echt begonnen is.

Ik zocht en vond onlangs een tweede baantje waardoor er een aantal zaken zijn die er af en toe bij inschieten. Lopen soms, het onderhoud van oostblog ook, en ook het voornemen om minstens één keer per week kikkererwten, linzen en sesamzaad te eten.

Dat ik voor de echt belangrijke dingen tijd overhoud, daarop zie ik streng toe – ik ga nog steeds elke week een avond kletsen in mijn stamcafé, ik ontbijt regelmatig ontspannen buitenshuis, en ik lees nog steeds een boek per week. Ik ben, en daarmee prijs ik me eindeloos gelukkig, één van die weinige mensen die gezegend zijn met altijd nog wat tijd op overschot voor de dingen die ze echt het liefste willen.

Dat dat, in een wereld waarin tijd nog steeds door mensen wordt bedacht, vooral aan mezelf ligt, daarmee weet ik mij een tweede keer gelukkig zijn.