Ik blijf liever uit de buurt van het prefix droom-. Ook in een droomhuis maakt gemorste thee vlekken op de vloer die je later op moet dweilen.

Dat gezegd zijn, als ik dan toch een vloer zou moeten kuisen, dan ware dat liever een visgraatparket, nooit beige tegels met bruine vegen. Er is nog zoiets als graag.

Zo kwam ik pas terug van AustraliŽ en vroegen mensen me wat voor job ik zou gaan zoeken. Oh, zei ik dan, en dan beschreef ik in hypothetische bewoordingen de job die op dit moment wel mijn visgraatparket zou kunnen zijn.

Je kan alles wat je ideaal lijkt natuurlijk ook gewoon in de lucht laten hangen. Zo krijg je er nooit op een dag echt genoeg van, kan je er altijd weer naar terug. Een comfortabele parallel die je ooit nog wel eens waar kan maken, als het moet.

Maar goed, door een cascade van onverwachte gebeurtenissen kreeg ik ze te pakken. Ik ben verrast, verfrist zelfs door de manier waarop dat ging, met een ongeziene souplesse na maanden van hoogachtend ondertekenen en vruchteloos hopen op een positief antwoord.

Het is vandaag de laatste van de maand, dus morgen mag ik gaan beginnen.

Zoín vooravond gaat altijd gepaard met zenuwen, maar die richt ik in dit geval volledig op de negen kilometer die ik morgenvroeg eerst nog hoop te lopen. Sinds ik begin mei een paar dagen vreemd koortsig was, is negen namelijk ook behoorlijk spannend.