Ik begon daarnet maar in te pakken.

Ik vertrek pas binnen een maand, maar binnen een week-en-een-half moet ik wel mijn appartement al evacueren, een week-en-een-half waarin ik nog ga werken bovendien.

Daarnaast weet ik ook dat voor elk stukje rommel dat je ziet staan op de kast, er elders nog zeven andere liggen, die niet weg te gooien zijn. Want, en omdat, of, dat is van toen ik toen.

Een mensenleven in dozen steken is niet evident, of minder evident dan ik dacht toen ik er na mijn loopje net nog aan begon.

Zo was het niet toen ik het moederlijke nest verliet. In die jaren op mijn eigen benen spaarde ik meer rommel bijeen dan ik nodig heb, maar het is slimme rommel, want vermomd als nuttige dingen. Zo heb ik een zitbal die ik van mijn kinesiste niet gebruiken mag, een blik met zakjes thee die ik niet lust, een lijn vlaggetjes, een waterpistool met rugzakreservoir, een spaarpot vol buitenlands kleingeld, een blikje van kokosnat uit Parijs, vervallen opgelegde jackfruitschijven, een kapotte rugzak met een klein gat - waar toch niet alles doorvalt?, de hand van een paspop, de buste van een andere, een plannetje van kaapstad,

Het maakt allemaal deel uit van wie ik ben geworden. Rest nog de vraag of ik daar dingen van mag weggooien, maar onthouden, of ik ze allemaal moet bijhouden?

Misschien is het tijd de rommel terug te geven aan de bibliotheek die dit leven soms kan zijn, en alles wat het van me zegt te bewaren, zoals het gevoel op het einde van een heel mooi, maar niet meer in de handel te verkrijgen boek dat je in de bib geleend heb vlak voor een vakantie in je jeugd. Koekoeksjong, Brigitte Raskin, op weg naar ItaliŽ. Bij thuiskomst begon ik samen met de rest van de zomer verliefd te worden op wie mijn eerste lief zou worden.

Ik heb vuilzakken in bulk gekocht. En ook ontstopper voor de leidingen. En dat wil zeggen dat ik vertrokken ben en deze hele maand onderweg zal zijn naar AustraliŽ, waar ik geen rommel hoop te vinden, alleen gemoedsrust en wat vitamine D.