Het station van Schaarbeek staat een beetje in de schaduw van Brussel Noord. Er zit weinig glans op de gangen waar het altijd naar urine stinkt, ook niet op de perrons, waar altijd wel ergens een hoop stoeptegels een mooiere toekomst lijkt te beloven, zonder dat die komt.

Dan liever de buurtwinkel, waar een Maghrebijnse man en een Poolse vrouw me graag een cola light of cecemel verkopen, vier talen spreek ik er vaak. Toen het koud was zei hij Froid?, nu zegt ie Hot! en ik vraag me soms af waar de tijd ertussen is gebleven.

De zoon des huizes heeft vakantie nu. Het is een kereltje van tien, elf jaar dat niet nog Arabischer kan lijken, maar hij ratelt in het Pools, verbaasd dat ik kan antwoorden.

Daarom is het station van Schaarbeek soms mijn allerbeste vriend, om de viertalige glimlach die ik zo gratis bij mijn drankje krijg dat ik 'm niet onthouden moet, er komt er altijd wel een nieuwe. Daarom en om de kinderen van de buurt, die vanmiddag in de fontein in de bedding van het plein een van m'n mooiste jeugdherinneringen naspeelden.

In Evian ligt het leukste waterpretpark uit mijn jeugd ligt zomaar midden in de stad.

Hun moeders hadden vast gezegd van niet te nat, maar ben je ooit te nat als je tien bent en de zomer zo plots terugkeert van vakantie?

Schaarbeek en ik hadden een prachtige namiddag, door de glanzende tegels op het plein, de zon, de blinkend natte kinderen, mijn lieve, ijsgekoelde cola light, elf minuten vertraging en een namiddag lang geleden in centrum Evian.