Ik heb de straten in Leuven vaak verweten dat ze NamibiŽ niet waren. Vroeger, een paar maanden geleden, voor het echt winter was.

De hele herfst trapte ik een beetje doelloos rond. Met mijn fiets, te voet, zittend in de trein, ik bevond mij in ijle lucht waarin ik niets meer wist, alleen mijn minst toekomstige bestemming. De winkel, het station, mijn werk, mijn huis.

Niets is heel weinig.

Toen de winter kwam lag er teveel sneeuw om straten te herkennen. Een land van gigantische ijsbanen strekte zich voor mij uit en ook al ben ik meer dan eens pijnlijk neergekomen, toch zag ik daar charme in en zo vergat ik m'n eigen doelloosheid een tijdje.

Misschien lag het eraan dat ik, tegen dat de sneeuw de stad had vastgezet, een psychologe had gevonden die de lucht rond me wat dikker maakte. Werd toegevoegd aan het lijstje minst toekomstige bestemmingen: de wachtkamer van mijn psychologe, waar mijn fiets net naast de verwarming past.

Op een bepaald moment moest ik mijn nederlaag erkennen. Van alle dingen die verwacht werden van me, kon ik veel aan in m'n eentje, maar alles samen niet. Hoezeer Afrika daar voor iets tussen zit weet ik niet. Misschien had het zo ook wel hierop uitgedraaid, dat ik om de zoveel tijd ga zitten in een fauteuil van blauwe stof en ga vertellen.

Het was een vrijdagavond toen ik iets te veel gedronken had dat ik openhartig vertelde over de tristesse die van mijn leven deze herfst een taaie, slecht verteerbare pap maakte. De man die naar me luisterde zei dat er professionele mensen bestaan die met dat soort problemen kunnen helpen. Hem ben ik niet eeuwig dankbaar want eeuwig is een concept dat me te boven gaat, maar heel lang, dat wel, heel lang zal ik nog aan die ene nacht denken waarop iemand me de oplossing pijnlijk presenteerde.

Pijnlijk, want een nederlaag blijft toch een nederlaag, dacht ik.

Nu denk ik soms: misschien heb ik toen wel gewonnen. De grens tussen een nederlaag en een overwinning is flinterdun. Eťn doelpunt. Een honderdste van een seconde. Een armlengte. Een promille alcohol die een ongelukkige vrouw loslippig maakt tegenover een vreemdeling met ervaring in de sector van verdriet.

Volgens mij werkt het wel, want net fietste ik door een straat waar ik vaak doorfietst en kon ik me de laatste keer niet herinneren dat ik baalde dat die straat in Leuven lag en niet in Afrika.