Een deel van mijn surfrituelen is dat ik nog even naar deredactie surf voor ik mijn computer afsluit. Als mens is dat een goede reflex maar als pendelaar nog beter, er zal maar een bom ontploffen in Schaarbeek een half uur voor ik daar mijn trein moet halen - dan wil ik dat het liefst geweten hebben.

De jury had een uitspraak over Els Clottemans en ik klapte mijn computer dicht, verder dan een grappige commentaar op de facebookstatus van een vroegere collega ging mijn betrokkenheid niet.

Onderweg naar huis registreerde ik de doos die vorige week de droge, windstille herfst van Schaarbeek nog moedig trotseerde maar nu pappig ligt te wezen drie meter verder op het fietspad, de zeven blikjes gordon die uit een gescheurde plastic zak zijn gerold toen de alcoholicus die ze leegdronk zijn schulden voor even uit de auto keilde. Ik zag dat het karkas dat al onherkenbaar was toen ik begon te fietsen langs dat ene pad nog steeds niet was vergaan, ik reed door het rode licht en wachtte voor het volgende omdat er een politiewagen in de buurt stond.

Ik keek naar de blondine die haar gespleten punten controleerde terwijl ze aanschoof in de file en ik trapte heel hard het steile stukje brug op. Toen kon ik het station al zien en haalde ik de trein die ik eigenlijk had zullen missen. Soms is vertraging een godsgeschenk maar ik twijfelde, de trein was vol en de volgende is altijd leeg, met hele zachte zetels en coupés zoals in de wereld van Harry Potter.

Ik nam hem toch maar, als ik dan toch moet zitten wachten kan ik net goed treinen tegelijkertijd. Zo las ik verder in mijn boek en keek ik naar de pendelaars die om me heen moesten in het halletje, ook toen er na Erps-Kwerps plaats zat was in de wagon bleef ik er zitten nadenken over mijn avondeten.

Ik kwam thuis en de jury had nog steeds een uitspraak klaar.

Ik vraag me vooral af wanneer de lelijke blondine met de gespleten punten naar de kapper zal gaan en of ze dan vroeger moet vertrekken om de spits voor te zijn.