Vroeger was elke zomer oneindig gigantisch, elke avond rook naar natte klinkers omdat we in en uit het zwembad klommen op de hete lange dagen. Het gras was daar maandenlang permanent zompig en een beetje verder onder de schommel was het de tweede dag van de vakantie al verdwenen, daar werd het zo'n zanderige plek waar de druppels van ons bakpak droog opvielen.

Wat overbleef waren badpaklijnen die in mijn schouders stonden. Ik heb nooit geweten wanneer precies die dan verdwenen.

Ik was al melancholisch toen ik negen was en besefte dat de vakantie half was en alleen maar terug wilde naar een juli om die opnieuw en opnieuw en opnieuw te beleven, het beste stuk van de zomer, met het meeste nog in het verschiet.

Deze zomer is dan weer heel erg Belgisch, een mooi begin met daarna dagen waarop het weer vooral slabakt, zoals de formatie eigenlijk of de economie of het niveau van de reacties op krantensites. Vroeger waren er geen krantensites. Misschien waren daarom de zomers mooier.