Ik word al een tijdje wakker met het idee dat ik mijn leven aan het verknallen ben. Na een halfuurtje ebt dat weg, de obligate douche helpt altijd wel en het ontbijt ook - soms speel ik een halve kilo aardbeien naar binnen maar alleen als ze Belgisch zijn.

Het maakt mij niet uit of ze uit WalloniŽ of Vlaanderen komen.

Afgelopen maandag wist ik bij het wakkerworden meteen al dat het niet noodzakelijk zo is dat alles wat ik doe gedoemd is te mislukken.

Ik verdien niet zoveel geld deze dagen, omdat ik van mezelf dingen mag doen die ik wil proberen. Ik weet niet of dat wel verstandig is en elke ochtend opnieuw moet ik nadenken of ik goed bezig ben. Elke ochtend heb ik een douche nodig die de twijfel uit mijn hoofd spoelt, maar er blijft altijd een laatste restje achter dat zich 's nachts, als ik niet goed oplet, toch vermenigvuldigt tot existentiŽle angsten.

Soms wil ik wakkerworden en heel hard beginnen huilen. Ik geef daar nooit aan toe.

Afgelopen maandag werd ik wakker zonder twijfel. Eindelijk, dacht ik, maar toen kwam dinsdag.

Misschien ben ik daarom zo afwezig. Maar eigenlijk hoef ik daar geen reden voor te hebben.

Binnenkort schrijf ik nog eens een stukje over de trein. Daar ligt de inspiratie voor het graaien.