Ergens halverwege januari kocht ik een fitnessabonnement.

Er is een aflevering van Friends waarin blijkt dat Chandler er eentje heeft, terwijl hij het toch nooit gebruikt. Ik zag mezelf ook wel zo worden, en alleen daarom moest ik bewijzen dat het ook anders kon. Dat ik wel drie keer per week de fiets op, de fiets af, de hometrainer op kon doen.

Ik dus tweehonderd euro kwijt. En drie weken later twee kilo en een paar uur van mijn tijd.

Er valt geld te verdienen in die sector. Ooit maak ik een businessplan waar ik steenrijk van zal worden op weinig tijd. Dat las ik ergens, dat iemand vond dat z'n twenties er waren om rijk te worden en de rest van z'n leven om ervan te genieten.

Dat lijkt me wel wat. Ook al weet ik dat het niet zal lukken, vandaag zal ik erin geloven. Dan merk ik minder dat de tijd me wr voorbijsteekt in het zwembad waar ik zo vaak mag gaan zwemmen als ik wil, in ruil voor tweehonderd euro.

Het is iets van deze tijd, denk ik, veel willen en veel doen, maar toch niet zo ver geraken als ik tien jaar geleden gedacht had. Toen was het tweeduizend en waren we waar we nu zijn: in een jaar waarin iedereen het nieuwe decennium viert voor het begonnen is.

Zo komt alles terug, zoals de kou van de winter en de verwachting van de lente. En het daarbijhorende verlangen om af te vallen. Nieuw dit jaar is het fitnesscentrum, de tweehonderd euro die ik niet meer heb, de sportzak waar ik geen plaats voor heb.