Ik moest naar de oogarts. Dat was ook weer acht jaar geleden.

Voor een tandarts poets ik steeds belachelijk lang mijn tanden en toen ik ooit met een voetprobleem naar een dermatoloog moest nam ik een voetbad van waarschijnlijk toch een uur. Misschien zat daar het probleem, maar soit.

Voor een oogarts kende ik de procedure niet. Moest ik mijn ogen ontschminken voor de zekerheid, om alle vastgekoekte mascara weg te krijgen van feestjes waarvan ik te laat thuiskwam om me nog helemaal te ontdoen van alle kleur en 's ochtends te moe was om er deftig aan te denken? Moest ik mijn ogen spoelen met het fysiologisch water dat ik graag op kamp gebruik om de vermoeidheid wat te breken? Mijn wenkbrauwen epileren en mijn wimpers krullen? Ontkrullen?

Zo'n oogarts komt toch ook dicht bij je gezicht, dacht ik. Dus poetste ik mijn tanden zes minuten aan een stuk en floste wat. En toen ik daar voor de spiegel stond besloot ik wat haartjes weg te trekken, niet dat zij daar naar kijkt maar het moest maar eens, natuurlijk. En even later waste ik mijn gezicht twee keer en smeerde ik dagcrŤme die lekker ruikt. Ik was vast de friste patiŽnte van de oogarts, gisteren.

Is het geloofwaardig een boek te lezen in de wachtkamer van de oogarts? Of denkt zij: zij die dat nog kunnen, kunnen voort - om zich dan te focussen op de halfblinden die na mij een afspraak hadden? Steek ik hen de ogen uit met mijn oranje boek met zwarte letters - wat constrastueel gezien misschien een slechte zaak is? Of doen ze allemaal, voor de schone schijn, alsof ze de focus knack van juni lezen die op de tafel ligt?

Ik nam het mee omdat ik er te graag in lees en daar eigenlijk te weinig tijd voor maak - door de week is er werk en programma's die ik daarvoor moet volgen en dictieles en 's avonds hele moŽ ogen - meteen de reden voor mijn bezoekje gisteren. En van het weekend hebt u ook al gehoord, veel tijd om te lezen blijft er niet over.

Zo bereidde ik mij op de oogarts voor.