Ik ging alleen wonen. Niet omdat ik moest, er woonde geen kolonie monsters onder mijn bed en ik woonde ook niet eerst in Doel tot mijn huis plaats moest maken voor een container waarin scholen met verbouwingen ook weleens kleuterklasjes maken. Er komt gewoon een moment waarop de idee van een eigen huis met een eigen sleutel aantrekkelijker is dan huur te moeten betalen aan mijn moeder omdat ik nu eenmaal geld verdien. Niet dat ik daar ooit mee inzat, maar soit.

De kleuren van mijn leven werden feller in mijn eigen appartement. Het is wel wat om niet te moeten zeggen waar ik ben en tot wanneer, en het is stiekem ook heel leuk mijn eigen melk te hebben. En ontbijtgranen te kunnen kiezen rather dan te moeten eten wat er in de dozen thuis zit. Zoiets en ook wel iets met ademruimte en poriŰn die opengaan.

Maar in de loop van het project komt er een zondagochtend waarop ik weet: het volgende woord dat ik zal zeggen is het alweer mÓÓndagochtend en dan nog tegen collega's en niet tegen mijn minnaar met wie ik elke maandagochtend afspreek ik het AC Hotel nabij de E314 in Heverlee.

Meestal plan ik dan een uitje naar de bakker en moet ik mijn zielige zelf ongelijk geven, maar helaas enkel om even later allÚÚn een pistoleetje te gaan smeren. Dus dat helpt ook niet veel, net zomin als het zwembad dat niet voorziet in oplossingen voor mensen met een te dure vouwfiets.

Zo veranderde er veel. Door de band genomen werd mijn leven leuker, maar ik had er nooit Úcht rekening mee gehouden dat zo'n beweging toch altijd naar twee kanten gaat. Leuker, ja, maar minder leuk dan blijkbaar ook.

Als ik 's nachts niet verzwolgen word door stomende minnaars, komt het weleens voor dat ik ervan droom de Bond zonder Naam ongelijk te kunnen geven.