Ik had het anders graag over de weldadigheid van Leuven Kermis gehad.

Plots loopt iedereen vrolijk te feesten rond het reuzenrad en probeert er altijd wel een kind eruit te klimmen, en dan blijft het hangen aan één been, zijn vader (stiefvader, misschien) houdt hem angstvallig vast terwijl het rad z'n ronde doet. En iedereen loopt godganse dagen smoutebollen te eten, of ananasbeignets voor de afwisseling, dat mag ook. En als dat niet meer lekker is of te vet geworden is kopen ze zo'n rode appel en dan eten de mensen dat, terwijl ze een beest uit het lunapark vissen en eentjes vangen en buisjes schieten en met hun welverdiende prijzen naar huis gaan.

In werkelijkheid vermijd ik Leuven Kermis. Ik vind het meer kleur en klank dan een stad goed kan doen en ook teveel vet en papiertjes op de grond.

Maar ik moest er wél aan denken toen ik een jonge vrouw, een tuttemie, zowaar, op de trein zag stappen met een streepje bloemsuiker boven haar mond. Toen dacht ik, iederéén eet smoutebollen, en ergens is dat ook wel zo.

Ik at er twee dit jaar. De appel negeer ik sinds ik weet dat hij steenhard is en ijskoud, en niet zacht en warm en smeuïg zoals ik al die jaren dacht, toen ik er nooit één kreeg.

Wat zou ik graag nog eens zin hebben in een warme, zachte appel op een houten stokje. De mens die dat uitvindt en op de kermis gaat verkopen mag me altijd uit mijn bed bellen. Dan overweeg ik een rondje reuzenrad.