Ik epileer altijd mijn benen en mijn oksels en het stukje hoofd tussen mijn wenkbrauwen. Ik vind dat belangrijk. En ik was vaak mijn gezicht en dan smeer ik dagcrème en bodylotion en om de vijf weken ga ik op dieet en zeg ik tegen mezelf: 'en nu ga ik geen ijsje eten op café.' En soms, soms eet ik dan ook geen ijsje op café. Zoals vanavond.

Dus ik beantwoord op zekere manier toch aan het beeld van de vrouw dat de boekskes hebben.

Maar als ik een decolleté aandoe, dan wil dat niet zeggen dat iedereen naar mijn borsten moet zitten staren. Daar ga ik nu eens eerlijk in zijn.

Ze mogen fluiten, de mannen, dat gaat over het totaalpakket. Over het feit dat ik fiets met een rokje aan en een stukje bovenbeen laat zien dat ik later op de trein weer zedig bedek. Het is onthaard, maar dat scheelt niet, want kijk, er zijn nog goede zeden.

Zoals: uw bovenbeen bedekken op de trein. Of van hun kant: niet naar mijn borsten kijken en dan naar mijn ogen en verwachten dat ik nog eens ga knipogen. En dat ik misschien ga zeggen: ja, ik heb ze speciaal voor u zo ingepakt. Ook al loopt ge naast uw vrouw. Die van haar zijn inderdaad wat aan de kleine kant. Ocharme.

Zo werkt het niet. In mijn hoofd ontspinnnen er zich dan monologen waarin ik de staarder op hun plaats zet, en daarin komt altijd de zin voor: 'zelfs al zit ik hier bloot, dan nog hebt ge het recht niet om naar mijn borsten te kijken.' Want ik vind dat. Mannen mogen met mij praten over gewone dingen en in mijn ogen kijken en af en toe wat lager zakken, dat vind ik echt niet erg. Ik kijk ook wel eens naar hun kruis. Faire deal.

Vanavond kwam het er allemaal uit. Het waren vier Duitsers die net hun gsm bovenhaalden om foto's te sturen naar het thuisfront. Ik dacht, ha, dit is die grens waarop ik gewacht heb. En toen begon ik over hebben ze geen borsten daar in Duitsland en ge moet zo niet zitten kwijlen en als ge ergens naar wilt kijken, daar staan zestig fietsen. En ook iets van ik versta uw rottig Duits niet en dat had ge niet verwacht he.

Ze hadden dat niet verwacht. Sei mal ruhig, zei er één van achter zijn halve liter. En de kelner keek ook mee, misschien om de tucht op zijn terras te verzekeren. Sorry, zei ik nog tegen de mensen naast me, want eigenlijk is het ook onbeleefd, zo'n scène maken als er vijftigers naar u zitten die willen genieten van een avond op café.

En toen vertrok ik waarbij ik niet struikelde met mijn hoge hakken, waar ik toch heel dankbaar over ben, als ik er nu over nadenk. Struikelen deed ik pas toen ik uit hun zicht verdwenen was.

Kutdag, voor de rest.