Het idee van een revolutie heeft me altijd wel aangesproken. Ook toen ik een dipoma slavistiek in handen had en al lang geleerd had dat er meer kwaad dat goed voorkomt uit één wil tegen de rest. Of zo was het de Russen toch vergaan, en niets in mij doet denken dat ik het beter zou kunnen dan hen.

Maar toen er op school geprotesteerd werd tegen de oorlog in Irak en iedereen besloot te brossen, bleef in binnen in de Duitse les. Waarmee ik misschien mijn tachtig procent verzegelde, al zal die ook wel aan mijn Duits gelegen hebben. Vloeiend fouten maken, daar zit 'm het geheim in, dat is met Pools hetzelfde.

Ik vond het quatsch een beetje te brossen tegen een oorlog als er die zaterdag een grote betoging was. Waar ik wel bij was. Wat was ik een rijpe zestienjarige. Nooit eens een sigaret, nooit een lijntje coke, zelfs geen tienerzwangerschap die de jeugd even mocht doorbreken.

De revolutionair in mij zit goed verborgen, maar ik heb vandaag wel een pamflet gekocht. Het heet Onze Stralende Toekomst en laat ik daar nu eens lekker naïef naar uitkijken.

(Het gele boekje is beetje vergeeld omdat het al een tijdje in de winkel stond te wachten.)

Eigenlijk is dit de toekomst, moet je denken. Deze zaterdagavond waartijdens ik een tekst polijst die ik gepubliceerd wil zien, die had ik een jaar geleden niet kunnen dromen. Ook al omdat ik toen nog geloofde in de idee van verplicht plezier op zaterdag - terwijl ik deze donderdag wel lichtjes dronken thuiskwam en dan op vrijdagochtend een soort van zaterdagske deed. Zo gaat dat als freelancer.

Ik ben benieuwd hoe stralend het wordt straks. Al was Josien Laurier misschien wel wat ironisch.