Vertelde ik al van de kip die stierf?

Het verhaal begint ook al een tijdje terug, toen de eerste kip verdween. Opgejaagd door de hond van de buren, opgevreten misschien waarna de sporen van de misdaad vakkundig werden verwijderd - een lijk hebben we nooit gevonden. Misschien leeft ze nog, en dat is net een leuke bron voor een nieuwe verkavelingslegende, in het bosje tussen de straat en de E40 leeft een kip in rambo-stijl, ver weg van de beslotenheid van het hok dat eertijds haar concentratiekamp was en waar ze zo vaak uit ontsnapte.

Het was de enige kip die nog legde en meteen ook de stilste, buiten wat genies heb ik haar nooit geluid weten maken. Dus haar afwezigheid werd vooral in de keuken opgemerkt. In het bosje tussen de straat en de E40 stikt het van de eieren, en zo kan ook de plaatselijke stam als laatste volk op aarde omeletten gaan bakken. Dra ontketent zich een nieuwe beschaving in het Leuvense, met vast een eigen universiteit.

Met dank aan onze kip.

Dat verhaal had een vrolijk kantje. Maar toen we de lievelingskip dood terugvonden ging dat kantje kwijt. Zij heette Daisy en ze schrok zich dood.

Eieren heeft ze zelden voortgebracht, dus de liefde voor haar kwam niet voort uit een culinaire nood, maar wel uit een wederzijdse aantrekking. Zij vond ons vervelend wanneer we buiten mobiel belden en overstemde onze stem - wij vonden haar vervelend als ze uitbrak uit het hok en het terras steevast als sanitaire stop gebruikte. En zij vond ons fantastisch wanneer we graan brachten of de pitjes uit tomaten, en wij haar wanneer ze danste voor het dichtgemaakte hek - omdat het voor één keer waar was dat het gras groener was aan de andere kant.

Zij schrok zich dood door de hond van de buren - of werd misschien wel doodgebeten - en werd begraven naast het hok. Soms is een dier teveel gezinslid om nog gft te kunnen worden. Ik wikkelde haar in een krant en de aarde onder mijn nagels vormde rouwranden die naam waardig.

Zo werd de lijst met doden hier schier eindeloos. De mens, de eekhoorn, de kat, de kip.