Maandag ga ik naar Polen.

Sinds ik ruwweg twee jaar geleden terugkwam dacht ik er elke dag wel even aan. Soms omdat er nog altijd grosze in mijn pennenzak zitten, ook al gebruik ik die sinds tijden al niet meer. Soms omdat ik wodka dronk - bewust soms, maar ook die keer toen er naast een caipirinha op de kaart ook een caipiroshka stond. En elke keer als ik fahita's wilde kopen in de winkel en telkens, automatisch, op zoek ging naar de oranje doos van die Poolse wraps die ik zo vaak vulde met gehakt.

Of als ik gelatine zag of worst voor honden in de makro. Als ik op weg naar huis een Poolse nummerplaat tegenkwam of er me op straat een bekende klank ter ore kwam. En ook die keer toen ik een knalrode t-shirt kocht speciaal om morgen aan te doen. Omdat ik tijdens de vorige verkiezingen eenzaam en verloren als Belgisch eiland nog in Krakau zat. Die dag miste ik het gedeelde kijken naar de verkiezingsdiagrammen.

Het zal één dag na de verkiezingen zijn als ik naar Polen vertrek maandag. Ik verzamelde de 12 zloty en 74 grosze die nog op mijn kamer slingerden en herkende meteen elke munt. Het is het wisselgeld van mijn laatste Poolse aankoop - een flesje water en een pakje kauwgom met blauwebessensmaak op de luchthaven van Krakau - waarmee ik straks mijn eerste nieuwe aankoop zal betalen.

Het oostblok is awaiting mij en mijn twaalf zloty die al twee jaar lang ontbreken in de staatskas.

- Glimlach.