Koffie lust ze niet, dus dat heeft nooit geholpen. En een eitje bakken is teveel gedoe, de afwas blijft dan te lang staan waardoor ze 's avonds weer geconfronteerd wordt met haar vergeten pesthumeur. Maak dan de ochtend maar draaglijk. Zonder eitje, zonder koffie.
Zonder Bernard Dewulf. Zonder die gestolen twee minuten als ze al onderweg moest zijn, het station binnen, de trein op, de rest van de krant in.

Op 20 oktober 2008 schreef Dewulf:

'En niets is zo dakloos als het dak zelf.
Dat is het moeilijkste, stellen wij vast: hoe gerimpeld ook, alles blijft een kind.
Maar ooit worden alle ouders wezen en alle wezen ouders.'

De krant heeft zij die ochtend niet gelezen. Tussen Leuven en Berchem dacht ze - reikhalzend haast - aan de begrafenis van haar eigen moeder, waarop het moment de gloire zou zijn dat ze dat stukje voorlas.

Dat kan Bernard Dewulf: een jonge vrouw doen huilen om een moeder die nog leeft. Of: gewoon een ochtend draaglijk maken. Of: een knipsel worden dat ze maanden later tegenkomt, waarbij ze denkt: was het maar toen. Al was het maar om één zo'n zin nog één keer voor het eerst te kunnen lezen.