Toen ik in mijn eigen ziekteverzekering moest gaan voorzien, keerde ik de christelijke mutualiteit de rug toe en koos ik voor een vele betere, eentje met een leuker filmpje ook en een mooie lidkaart. Onderweg naar huis deed ik mijn paspoort kwijt. Veel last heb je daar niet van en daarom ging ik er maanden later pas een nieuwe halen.

Datum? Vroeg de man-met-zaterdagdienst en toen ik een dag maanden eerder aangaf keek hij schamper, alsof ik een misdaad had begaan door drie maanden druk bezig te zijn op de momenten dat ik het politiebureau passeerde.

Dat was mijn eerste ervaring in het bedompte achterkamertje van de Leuvense politie. Op één of andere manier was ik de dader die toch vrijuit ging, op weg naar een nieuwe identiteitskaart.

Toen ging ik een vrijdagavond op café en werd mijn vouwfiets gestolen. 's Anderendaags werd ik weer meegenomen naar dat achterkamertje, weer door een agent-met-zaterdagdienst. Weer werd ik bijna een soort van dader toen me gevraagd werd of hij wel op slot stond. Ja! zei ik, en toen nam hij me een pak serieuzer.

Als pendelaar zag ik mijn vouwfiets als een stuk van mijn identiteit. Net zoals het abbonement dat ik niet hoef te betalen of het feit dat ik De Morgen lees en niet De Metro. Door hen voel ik me soms de rolls royce onder de forensen tussen Leuven en Antwerpen. Om dat gevoel niet te verliezen heb ik dan maar meteen een nieuwe vouwfiets gekocht.

Een betere. Ik ben blij dat hij in mijn garage staat en niet bij de fietsenmaker. Maar zonder dief op vrijdagavond was ik de vasten een pak rijker uitgekomen. Dat vind ik best vervelend, eigenlijk. Ook al doe ik mijn best om de dingen niet vervelend te gaan vinden.