De fitnessbank was een shoplijngebaseerde aankoop met mogelijkheid tot het trainen van armspieren, beenspieren en buikspieren. Twee keer ben ik erop gaan liggen, één keer om te proberen wat het gaf en één keer om te bekomen van de pijn in mijn knie nadat ik ertegen was gelopen.

De fitnessbank stond in de garage. Waar het in de winter te koud was om verantwoord te sporten. En in de zomer te grauw om te kunnen verantwoorden dat je er tijd wou doorbrengen. Het grootste deel van de tijd stond de fitnessbank ongebruikt en vreselijk in de weg.

De donkere omgeving zorgde ervoor dat ik in de jaren mét fitnessbank bijna permanent een blauwe plek had op mijn linkerbeen, daar waar de fitnessbank ertegen kwam telkens ik thuiskwam. Van school, van ballet of van de chiro, als puber kwam ik heel vaak thuis. Negen van de tien keer liep ik tegen de fitnessbank. Af en toe kon ik ze ontwijken. Dan nog stootte ik vaak een teen aan de gewichten die erlangs slingerden. Als het gaat tussen twintig kilo glimmend ijzer of mijn kleine teennagel staat de uitkomst allang vast.

Een tijdlang zette ik mijn fiets niet in de garage en ging ik achterom naar binnen. De fiets verging tot een hoopje roest, maar de garage werd vreemd terrein voor mij en de blauwe plek vervaagde toch een beetje.

Mijn stiefvader vertrok en kwam even later de fitnessbank halen. School, ballet en chiro veranderden in werk, dictie en oudleidingsvrienden. Ik kom nog altijd even vaak thuis, maar de blauwe plek op mijn linkerbeen is ten lange leste helemaal weggetrokken.

Wat erbij kwam is de beweging die ik maak, een zachte, zijdelingse zwaai met mijn heup telkens ik de plaats passeer waar er vroeger geen passeren was. Drie jaar na het verdwijnen van de fitnessbank heb ik eindelijk geleerd ze te vermijden.