Als je op een dag als gisteren de deur dichttrekt, de centrale warmte in, stopt de lente. Binnen is de glazen deur naar de keuken nog dicht en liggen de katten opgekruld in hopen dons of uitgestrekt op de lauwe verwarming.

Dus dacht ik, ik zal gaan lopen. Langs een krokus die verdwaald stond langs de weg, een badhanddoek die al vergeten ligt sinds verleden zomer, een toefje bos dat nog even koud is als in januari omdat de zon er niet kan schijnen. En langs zeker zesentwintig versgeschoffelde voortuintjes. En dat allemaal op de tonen van deze.

De rest van de avond ben ik kortademig geweest. Omdat er achter de lente in de lucht duidelijk ook nog een bacterie zat die het grappig vindt om mijn luchtpijp net dat kleine beetje nauwer te maken.