Vandaag, 8 maart, is de dag van de vrouw. In dit land vol kraakvers, onversleten kapitalisme is dat een goede aanleiding tot geldklopperij, en dat allemaal in teken van de vrouw. Geen enkele zichzelf respecterende Poolse komt vandaag buiten zonder roos of tulp, en etalages liggen vol roodgeglazuurde peperkoeken harten en gebakjes, met daarop spreuken alluderend op de schoonheid, uniciteit en helderheid van het vrouwelijk geslacht, en ook nog wat restjes van valentijn.

Lente in het Pools is wiosna, en voor przed (spreek uit: pzjed). Enfin, Polen heeft een naam voor het stukje tussen de winter en de lente. De voorlente, in het Pools przedwiosnie, met een extra accent op de s. Dat stukje seizoen is nu bezig. Het is aangenaam te weten dat het dus geen winter meer is, want het is voorlente, maar ook nog geen lente, dus ik mag best nog een sjaal aandoen zonder mij daar dan lenteloos over te moeten voelen.

Ik heb wel mijn pelsen frak al achterwege gelaten, het past namelijk helemaal niet om gisteren op de grote markt een ijsje te eten in enkel een pulleke aan en de volgende ochtend de warmste jas ooit aan te trekken. Dat soort wispelturigheid vind ik ongepast en is hier in Polen overbodig, want waar België op dit moment iedere ochtend collectief twijfelt tussen nylonkousen of blote benen, handschoenen of blote vingers en tussen zeven soorten jassen, genieten wij hier in Polen twijfelloos van de voorlente.