Ik dacht, het is geen winter meer. Omdat ik nog maar weinig broeken heb die ik niet al oneindig vaak heb aangedaan. Omdat het idee van blote benen ook zo tempting is. En omdat mijn zelfvertrouwen groeit als mijn armen zijn gebruind en er nog nooit iemand op me verliefd werd in de winter.

Daarom was ik de winter beu.

Februari was niet mee en ik ook niet toen ik dan toch weer mijn hart verloor om de sneeuw die was gevallen. Vanuit de trein ziet zo'n landschap er heerlijk lieflijk uit, maar later smelt-ie weer. Dan krijg je smeltwater en in de boeken van Marianne Fredriksson spoelt met dat water ook de winter weg. In BelgiŽ is het bezwaarlijk genoeg om mijn fiets mee te bevuilen, wat vervelend is omdat ik hem even later opplooi en de trein op draag. Loutering zit er niet bij en ook het nieuwe begin van vijftien graden op de middag laat nog even op zich wachten.

Ook daarom was ik de winter beu.

Dus vrijdag nam ik het heft in eigen handen en trok ik een kleed aan dat ik voor de vorige lente kocht. En toen zat ik op de trein tegenover een jongen, dat vond ik al een teken van de voorziening waarin ik eigenlijk niet geloof (maar mijn borsten geloven er mischien wel in, die vrijheid wil ik ze wel geven). Geen blik heb ik gekregen en bovendien had ik het koud. Dus misschien ga ik voorlopig wel voor urban style en probeer ik aantrekkelijk te zijn met verwaaide haren en verweerde wangen van de wind.