Een tijdje geleden had ik het saaiste interimwerk sinds mensenheugnis. Daar reken ik de job bij van de neanderthaler die te schriel was om mee op mammoetenjacht te gaan en in het hoekje de speren moest bewaken, dus dat kan tellen. De dag waarop ik eraan begon te denken ontslag te nemen omdat ik zicht had op iets anders ben ik ontslagen. Eervol, dat wel, want ik ben diezelfde middag nog vertrokken in plaats van anderhalve dag later zoals zij me hadden voorgesteld. Tot daar Maartje en de Administratie.

En toen kreeg ik een andere job waarvoor ik soms de trein moet nemen, maar soms ook niet, wat maakt dat ik vooralsnog ontsnapt ben aan het juk der pendelaars, elke dag dezelfde trein, dezelfde zetel. Ik zit er tussen en voel me een buitenstaander, want andere ochtenden slenter ik op dat uur in pyjama naar beneden om daar freelance werk te verzetten. Aan een tempo, dat spreekt.

De trein van 8.05 u is mijn persoonlijke utopie omdat ik dan vroeger op de redactie ben, maar vaker mis ik hem dan niet. Dus 8.14 u heeft ook iets van de hemel - hij staat al klaar, er is meer plaats en hij doet er langer over, waardoor ik tien minuten langer slapen kan en helemaal groggy afstap, laatst sliep mijn rechterbeen en strompelde ik een beetje voort, zonder een voor mij duidelijke reden - wat is er toch met dat been aan de hand? Maar het leukste aan de ochtendtrein vind ik toch de conducteur die hartverwarmend mij laat slapen en mijn ticket afknipt dat ik in mijn hand houd of op het tafeltje voor me heb gelegd - dat zijn leuke dagen om te beginnen.

En 's avonds, als ik terugkom met een late trein, zeggen ze ook nog goeienavond. Ik snap niet altijd wat mensen hebben tegen de NMBS.