Ik had de winter nog maar op een kier gezet. Door alvast wat extra dekens mee in bed te nemen, maar verder ging het niet, ik draag geen echte jas (maar wel twee sjaals) en ik heb nog steeds een mp3-wereld voor zomerse muziek in mijn zakken steken. Dat maakte dat ik zondag zonder jas de deur uitging en in de auto kroop en een beetje later een andere voordeur inging - om binnen te zitten heeft nog nooit iemand een jas gehoeven.

En voor we het wisten lag er vijftien centimeter sneeuw en nog wat later stond de winter grootopen en zocht ik een jas om te lenen en een sjaal en handschoenen. Een uur en een paar verkleumde nylonkousen later stonden er drie sneeuwmannen op perron twee van het station van Muizen en zaten er nog drie een beetje verder op een bankje - zo'n lieflijk tafereeltje dat mijn knien er een beetje minder koud van werden. Ik was graag een pendelaar geweest in Muizen vanochtend, maar helaas zat ik in een trein die er zelfs maar snel doorheenreed, en dan nog op een moment dat ik sliep.

Nog nooit heeft iemand aan de keukendeur met open mond naar de eerste vallende bladeren gekeken. Gisteren stond ik er wl, met in mijn hoofd een sneeuwman van jaren geleden en wie daar allemaal aan meedeed, of een bevroren speelplaats twaalf jaar terug en de extra lange pauze die daaraan vasthing. Je kan dan in de file staan en dat een beetje jammer vinden, maar nooit is een liedje als de eerste sneeuw meer welgkomen op de radio. En nooit zit iedereen in nog meer hetzelfde schuitje.

Het helpt ook te denken dat iedereen trager rijdt om de sneeuw te behoeden voor zijn droeve lot - smurrie worden op de snelweg die grijzig kleurt en plasjes wordt. Dt denk ik op de fiets en dan gaat het een pak beter.