Ik moest naar Quiévrain. Leuven is een goed station daarvoor, er is een trein die helemaal rechtdoor gaat en pal stopt waar ik moest zijn, maar die had ik net gemist en ik was al te laat, dus dacht ik te vragen aan het loket wat de snelste trein naar Bergen was, dat ligt daar in de buurt.

Nu volg ik al een tijdje dictielessen, maar veel vruchten hebben die blijkbaar nog niet afgeworpen, want het meisje achter het loket verstond Berchem en stuurde me naar Aarschot, waar ik de dag ervoor ook al heen was geweest om effectief naar Berchem te gaan. Met 'Aarschot is vast een station met veel aansluitingen' in gedachten stapte ik vol zelfvertrouwen op de trein, om een uur later terug in Leuven te staan als verdwaalde reiziger, een beetje uitgelachen door een conducteur en met een vaag verlangen mij te begraven onder de stoeptegels van het perron. En toen moest het eigenlijk allemaal nog beginnen.

De volgende trein die me werd aangeraden was die naar Brussel en dat leek me zo plausibel dat ik als de wiedeweerga op die trein sprong, om uit te stappen in Brussel Noord, de Brussel die ik het beste ken omdat ik er eens een maand gewerkt heb. En toen bleek dat ik in Brussel Zuid moest zijn was dat niet eens een probleem, want de trein stond er nog, maar nadat ik me de trap had opgehaast is hij toch vertrokken, natuurlijk niet zonder eerst nog een minuut te weigeren zijn deuren te openen.

Enfin, treinen naar Brussel Zuid zijn er genoeg, en twintig minuten later zat ik op perron vijf te wachten op de trein naar Quiévrain die helaas een halfuur vertraging had, maar uiteindelijk toch vertrok. Door die uitzonderlijke vertraging, edoch, deed hij mijn station niet meer aan en moest ik daar nog een trein voor nemen, waarna wat ik in Quiévrain ging doen niet doorging en ik onverrichterzake kon terugkeren, niet naar Leuven maar naar de zee waar ik een weekend ging uitwaaien ook al heb ik daar geen tijd voor.

Van Quiévrain naar De Panne, ik zeg het u, het is geen lachertje, maar een marteling van vier treinen waarvan er eentje een halfuur vertraging had, waardoor ik een andere nam die een boemel bleek te zijn en mij voorbereidde op het trage ritme van de trein die élk station tussen Gent en De Panne aandoet, inclusief Lichtervelde, zowaar. Toen ik aankwam was ik zó blij dat ik er bijna van ging huilen, iets wat vaak gebeurt maar nooit als het betrekking heeft op mijn eigen leven.

Die twee ritten op mijn go-pass die ik goed heb besteed, dat wel, maar liever had ik vijftig euro gegeven voor een heen-en-terug-ticket van de onbestaande rechtstreekste trein tussen Leuven, Quiévrain en De Panne, zo één met blauwe zachte zetels en niet van die bruine plastieken banken waar hele dikke meneren op zitten met hun poep tegen de mijne, waardoor er maar vier lagen stof zijn die mijn vege lijf beschermen tegen de frustraties van een pendelaar op een boemeltrein.

Ik word overal waar ik kom gelauwerd om mijn energiepeil dat nooit eens mindert, maar vrijdagavond was ik een beetje plattekes, at the least.