Als scholier liep ik school in Heverlee en kwam ik overdag niet in Leuven, of het moest vakantie zijn of een speciale dag - pedagogische studiedagen en schoolstakingen, dat soort dingen. Dus het straatbeeld van Leuven op een blauwe maandagmiddag ben ik in mijn studententijd met vrijheid gaan verwarren - de straten vol studenten beeldden kansen uit en de weg naar alles wat nog komen moest, tweede en derde en vierde jaren en alles van daarna.

Laat daarna zich voorlopig in Haasrode afspelen, waar tonnen pendelaars in de vertrouwde file aankomen en weggaan, wars van de rest van de wereld en wat zich daarin afspeelt. Dat straatbeeld ben ik snel vergeten, in mijn leven is er van nine to five alleen een gebouw waar je zonder badge niet eens eenvoudig binnenraakt en waar het ruikt naar kantoormoeheid. Het wordt er vroeger herfst, de airco staat te koud en het verveelde typen van honderd man tesamen klinkt als een regenavond op een dakraam. Láter, blijf ik denken, zeggen zelfs, en dan kom ik tot mezelf - mijn later ligt vooralsnog in een industriepark.

Vandaag had ik een dag verlof. Ik moest gaan solliciteren bovenal, maar ook de hele mikmak aan boodschappen passeerde de revue, de fietsenmaker en het gemeentehuis. En toen was het 14 uur 10 en stond ik pal in de Parijsstraat, het stukje dat ik dag in dag uit doorreed om in de les te komen of net daarvandaan. Daar waar nog auto's komen - meer thuis kan ik mij in Leuven niet voelen, waar de winkels zijn is het leven vooral van zij met veel geld, in de redingenstraat heersen de scholieren en op parking bodart heb ik geen auto staan.

Kijk nu, dacht ik, dat is hier allemaal nog alsof ik nooit ben weggeweest. Mijn mp3-speler had daar een juist muziekje bij gekozen en toen kwamen de tranen die ik verbeet op mijn bovenlip - omdat de kansen er nog steeds liggen maar ook omdat ik morgen weer naar Haasrode moet met mijn fragiele fiets.