Ik was anders maar één dag naar Marktrock geweest – de zondag, maar gezond kan het niet zijn voor je lichaam, beginnen met een kleine friet en afsluiten met rum-cola. Vergeet ook het bier niet dat daartussen hoort en het licht zien komen van verder dan de sterren. Dus ik dacht toen ik vanochtend – ach, vanmiddag – opstond dat groentjes maken en echt eten met de juiste stukjes uit de piramide vast een goed idee zou zijn.

Alleen dat de frigo vol restjes zit van ergens een barbecue nu mijn moeder op vakantie is en dat het zo verleidelijk is daar dan als avondeten enkel een stukje vlees van te eten, of enkel een patatje met een sausje uit een langvergeten hoekje. Zoiets dus, kotkeuken in eigen huis. Maar dan was ik toch inventief genoeg om genoeg te vinden voor wat summier voor tomatensaus kon doorgaan en daar had ik dan nog patatjes bij die ik in dikke schijven sneed en dan bakte in olie met rozemarijn, een beetje provence uit de achtertuin.

Anyway, met enkel een paprika en gehakt dat ik nog ben gaan kopen maakte ik iets dat uiteindelijk heel erg op moussaka leek – en toen was er niemand om het op te eten, al was dat een probleem van een andere aard. En toen had ik het even kwaad – er is misschien aan de slavist in mij een kok verloren gegaan.

Maar oh! De tegenwoordigheid van geest ondanks slechts zes uur slaap en wolken buiten en mijn zwembadje dat te koud was voor zelfs maar mijn kuiten. Op mijn eenentwintigste is er nog niemand aan mijn verloren gegaan. Tenzij een tienermoeder en iemand die ons land de lang niet langverdiende medaille op de spelen geeft. Hoewel dat laatste – op de Wii verbeterde ik onlangs van de eerste keer het wereldrecord honderd meter sprint. Dus wie de olympische bijlage van De Morgen op zijn salontafel heeft liggen, mag op de achterkant Usain Bolt schrappen en er Yoshi ft. Maartje van maken. En voor de rest maak ik ook een goede pseudo-moussaka.