Het is zo'n zomerse dag als deze die zich leent tot lachen. Het gaat maar om vrolijkheid in mijn achtertuin, een scène die zo begrensd is dat je bezwaarlijk van geluk kan spreken, als ik in een opblaasbadje afkoel en denk aan hoe ik morgen naar de bib ga.

Mijn haar valt altijd beter valt als ik buiten heb gezwommen, het wordt ook alweer zo blond. En nat ben ik het mooist, ik kijk graag in de spiegel als ik mijn gezicht was. Omdat water zich ook leent tot poëtische bewoordingen, als het samenklit in mijn wimpers en meer doet dan de mascara in de badkamerkast en als het parelt aan mijn sleutelbeen. Het is dat dat van water meer maakt dan van grenadine met een rietje - ook zo zomers anders.

Toon Hermans heeft daar een mooi gedicht over. Ik ga dat morgen lezen als ik naar de bib ga. De boeken die ik lees heb ik graag in mijn buurt als ik ze uit heb, maar aan een boek per week is dat een aderlating. Gelukkig is in de bib - de bieb - een mooi woord als grasduinen nooit ver weg.