De vader van Vera is eind juni gestorven. ‘Het probleem is dat ik nu niets te doen heb. Probeer maar eens niet na te denken als je niets om handen hebt. Het huis, de strijk, daar houd ik me mee bezig. Het is hier nog nooit zo proper geweest.’ Vera lacht een beetje, maar niet van harte. Al bij al een geluk dat ze een annulatieverzekering had. ‘Dat is ook een twisted verhaal, ik had die verzekering genomen omdat mijn moeder ziek was. Toen zij erdoor was gekomen vond ik het ook zo’n zonde van die tweehonderd euro. En toen is papa van de trap gevallen. Zo, zei mijn moeder, dan is dat geld toch nog goed besteed.’

‘Ik zit hier vaak een beetje in de tuin te staren. Die strandstoel daar, ik vind het aandoenlijk hoe daar onkruid onder samentroept. Het is mijn fout dat er daar zo’n toefje staat, ik heb die strandstoel niet verzet toen ik het gras afreed. Het lukte niet, ik moest denken aan hoe mijn vader tegen een strandstoel een transat zei, of transatlantieker, en hoe hij moest worstelen om die dingen opgezet te krijgen.’

Vera zucht. ‘Dat is de generatiekloof tussen mij en mijn vader. Dat ik strandstoel zei en hij transat. En dat hij is doodgegaan en ik niet. Hij moest het weten, dat ik daarom grimmig naar onkruid zit te gapen hele dagen. Tweehonderd euro kost mij dat, ’t is kostelijk verdriet. Als ik nog zou leven, was dat geen waar geweest, zou hij zeggen. Maar ja, dat heb je dan.’