‘Stau en in-checktijden, ik krijg daar kalte rillingen van. En op vakantie kan het doch ook gaan regenen. Ik snap dat ook niet, dat iedereen hier Spaanse zomers verwacht. Het is de bedoeling dat het regent, anders komen de kartoffeln niet omhoog en dan gaat iedereen in september weer zagen als een kleintje met mayonaise duurder is geworden. Van vakantie verzuren de menschen. Enfin, van zurückkommen doch, en darum vertrek ik niet.’

Dat buiten deze woonkamer België ligt, zie je alleen maar aan het steenweglandschap door het raam. Binnenin waan je je in de Alpen, met houtwerk en frullen en kanten kleedjes vol vrolijke bostaferelen. Een clichématig ingericht huis in tirolerthema, alsof alle Duitsers lederhosen dragen, of ze nu in Duitsland wonen of in Hemiksem zijn terechtgekomen, toevallig.

Erich draagt een jeans en een basic hemd, maar spreekt wel met een hoorbaar Duits accent. ‘Mein frau gaat soms terug naar de heimat, maar ik heb daar niets te zoeken, mijn mutter is gestorben. Het is ook altijd zo ver rijden, helemaal tot in Nürnberg. Wat kost dat tegenwoordig niet? Maar voor boodschappen gaan we wel naar Aachen, veel billiger. En dan kopen we ook eens iets exotisch, verse ananas oder so etwas. En we doen barbecues met de kindern. Veel bratwursten natuurlijk, wirklich smäklich.’