‘Les vacances, ça j’ aime bien.’ Toen hij veertig jaar geleden naar België vluchtte, kwam Dieudonné in Luik terecht en later is hij verkast naar Antwerpen en Brussel. Hij heeft nooit een paspoort vastgekregen. ‘Ik heb het één keer geprobeerd, formulieren invullen en afgesnauwd worden. Niets natuurlijk, maar ik heb geen voet buiten België gezet die veertig jaar. Mij krijgen ze niet terug.’

'Vroeger, als kind, heb ik nooit vakantie gehad. Wij gingen niet naar school en er moest altijd vanalles gebeuren. Daarom kijk ik nu graag naar de toeristen hier. Dat leven heb ik nooit gehad, onbezonnen chocolade kopen en over de markt wandelen. Een terrasje doen en niet nadenken over waar iedereen ’s nachts moet slapen.’

Dieudonné zelf maakt zich ook geen zorgen meer en al zeker niet in de zomer. ‘Toeristen geven geld zonder dat je echt bedelt. Als ik een bekertje voor me zet en gewoon een beetje vooruit tuur kom ik vanzelf wel aan vijf, zes euro voor iets om te eten uit de express. In de vakantie is alles gemakkelijker. In de winter moet ik daar vaak aan denken, dat het uiteindelijk toch terug zomer wordt.’