Kijk eens rond, ik ben een moderne klassieker van de wereldliteratuur aan het lezen - de ondraaglijke lichtheid van het bestaan, zowaar. En ook wel misdaad, seks en verse vis van Hugo Matthysen. Een boek dat ik een paar weken geleden toevallig tweedehands heb gevonden in het Paard van Troje, waarlijk een héle gezellige boekenwinkel met van die oude ladders en geen groene vestjes zoals in de Fnac. Ik had er een paar zomers geleden eens alle boekenwinkels van Leuven voor afgelopen, 't is anders wel een gênante titel om naar te informeren bij een gortdroge verkoopster met een leesbrilletje.

Maar ik wijk weer af. Milan Kundera is erin geslaagd op de tweede regel al meteen Nietzsche te vermelden. Ik weet niet hoe dat met u is of wat u van mij verwacht op dat gebied, maar kom alsjeblieft niet af met filosofie bij mij en zeker niet na bedtijd - doorgaans is het dan al de volgende dag geworden. Ik heb doorgebeten, maar niet zonder angstige flashbacks van het filosofie-examen dat ik in het vijfde middelbaar invulde en waar ik ook alleen maar 50 % op heb gekregen omdat ik veel geschreven had in helaas totaal de verkeerde interpretatie. En dan ook nog in het zesde middelbaar. En het eerste jaar unief. En het derde jaar unief. Ik dacht dat ik er voorgoed vanaf was tot daar die Kundera ermee op de proppen kwam.