Ik zat naar papieren te turen - naar woordjes die trouwens steeds ingewikkelder worden, vier jaar geleden ploeterde ik nog dagen op het Russische woord voor klok, auto of kapper, maar tegenwoordig gaat iemand af en toe een beetje slaan er toch al vlot in. En ik tuurde verder naar het volgende absurde werkwoord. Schreef het over voor de zekerheid.

En toen kwam de zon erdoor. Heel even maar, maar lang genoeg opdat ik toch ging wandelen, naar een zwembad in de buurt dat er een tijdje godsverlaten heeft bijgelegen, maar nu elke lente keurig wordt opgekalefaterd. En met mijn voeten in het water zag ik de kringen die ik maakte en hoorde ik Bart Peeters zingen dat er dikwijls over gaarne zien gelogen wordt. De optimist in mij bedacht dat dat niet altijd is, dus, en hoe mooi dat kan zijn, als je daar dan toch de waarheid over kan spreken, los van macho's en marina's. En plots wist ik weer waarvoor ik studeerde tegen het einde van mei.

Niet meer om Russisch vloeiend te kunnen spreken, want dat krijg ik toch niet meer gedaan. Lang niet meer om Pools te leren - dat kan ik al. Wel om de tijd te doden tot ik iemand kan worden met een functie, een job te zoeken die mij zó op het lijf geschreven is, aangenomen te worden door een baas die stiekem, misschien, denkt dat ik mooie ogen heb, de man van mijn leven tegen te komen in de lift, te glimlachen op weg naar huis. Bart Peeters gelijk te kunnen geven, ja, maar tóch.

Om die redenen, en geen andere, moet ik tegen negen juni een honderdvijftigtal werkwoorden genre af en toe een beetje snurken in je slaap zoals een baby kennen. Zelf lig ik al een tijdje wakker, maar het wordt het vast helemaal waard. En for the time being wandel ik op de middag wel weer een stukje weg.