Hugo Claus ging dood en dat vond ik jammer. Net op dezelfde avond las ik De ontaarde slapers uit en plots lag het voor de hand dat ik Het Verdriet van België zou gaan lezen. Ik was er al eens in begonnen toen ik veertien was maar dat is niets geworden. Dat heb ik altijd geweten aan dat ik toen te jong was voor Boeken, Het Parfum van Süskind werkte een paar jaar later immers wél.

Ik heb dat hiernaast niet aangepast omdat ik niet één van die duizenden wilde zijn die dat boek ook maar aan het lezen was omdat de man zo tactvol is gestorven. Dat vond ik niets voor mezelf, en tot nader orde bepaal ik zelf wie ik hier ben.

Drie weken later zit ik aan bladzijde 223 en kom ik iedere avond een wildgroei aan personages tegen die mij onbekend voorkomen en die ik negeer, Louis Seynaeve is tenslotte het hoofdpersonage. Normaal lees ik gemakkelijk veertig bladzijden weg op een avond. Ik stop ermee, als ik dat boek zie liggen tegenwoordig zie ik ertegenop te gaan slapen. Ik probeer het nog eens opnieuw als ik vijftig ben.

Dat is jammer, zo'n gat in mijn cultuur, maar Ward Ruyslinck is ook nog getipt voor de nobelprijs. En die heb ik wel gelezen ook al leeft hij nog. En Amélie Nothomb is ook een grote Belgische en haar nieuwvertaalde boek dat op alle promorekjes staat te glimmen heb ik in januari al gelezen in het Fráns. Als antiseparatistische daad nog wel, dus kom mij niet vertellen dat ik niets doe met vaderlandse literatuur.

Morgen ga ik in de Fnac een gloednieuw boek kopen. Eentje dat ik wil lezen omdat de kaft mooi is. Van iemand uit de Oostkantons, als de mensen daar kunnen schrijven.