Het zwelt. Het gevoel van verwachting. Misschien ligt het aan mijn thesis die teken voor teken groeit. Of aan Kommil Foo die zingt in mijn oren van

'kus mijn kloten jullie allemaal, vanavond vlieg ik'

Je zou ze bijna gaan geloven, dat het kan, gewoon de trap afkomen en vliegen, of je stuur de hoogte induwen en hopla, naar huis zweven.

In mijn dromen zat ik vannacht in de gevangenis. Omdat ik een hoofddoek had gedragen op café. Pure provocatie, ook in mijn slaap ben ik niet zo tuk op de politie van Leuven. Toen ik vrijkwam werd de jongen die mij had aangegeven de Man van mijn Leven. Het begon met dat ie mijn arm aanraakte. Het was maar een grapje, zei hij, en hij schreef een mooie brief. Met tekeningen bij. Het was echt maar om te lachen. Ook in mijn dromen was het gisteren één april.

Het zwelt. Binnenkort een rok aandoen. De lente komt.