Tussen uit en thuis ligt vaak een heel lang stuk E40, dat heb ik gisteren nog gemerkt toen ik bij middel van Bobette terugkeerde van een feestje in de diepe Limburgse provinciezaalcultuur. Het moment waarop je vertrekt zou idealiter gevolgd moeten worden door thuiskomen en in je bed kruipen en 's ochtends op tijd kunnen opstaan, maar niets is minder waar, en van het stuk onderweg is nog het ergst van allemaal dat je eigenlijk even nergens bent. Zoals dat ellenlange stuk WalloniŽ dat je moet doorploeteren om thuis te komen van ItaliŽ. Niet meer in het buitenland, maar zů ver van huis.

Toen ik terugkwam van Polen keek ik heel erg uit naar allerlei, niet in het minst thuiskomen zelf en het eten dat ik had besteld, maar eigenlijk was ik vooral benieuwd wat de aankomsthal van Zaventem me zou doen, en meer bepaald die lange gang waar je nog geen valies hebt en waar in mijn herinnering een groot zeildoek met Welcome To Belgium op hing, dat helaas weg was waardoor het een beetje een ontgoocheling bleek, de wandeling die, zoals ik me had voorgesteld, opniew een inwoner van BelgiŽ van mij zou maken.

Ik woon nog steeds niet meer in BelgiŽ dan een jaar geleden toen ik in Polen woonde, de gang van Zaventem, het eten en de kriek die op mij wachtte allemaal ten spijt, en niet eens dat, want de provinciezaal van Sluizen werd gisteren gevuld met mensen die ontzettend hard in BelgiŽ wonen en ik ben heel blij dat ik daar niet bij hoor.