Kijk, dat is triest, Jan Eijkelboom overleden. En eigenlijk is het ook gewoontjes, de man was 81. Dit schreef Eijkelboom, als dichter bezorgd om de sterfelijkheid van ieder mens, dus ook de zijne. Sinds gisteren heeft hij gelijk:

Non omnis moriar

Soms, als een distel door dik asfalt,
barst er een regel poŽzie
de taal van alle mensen in.

Zo werd de dapperstraat een plek
van hoge adel en duurt de Mei
al meer dan honderd jaar.

Zo wijs ik soms mijn kleine zoon
des avonds op een fonkelend verschijnsel
en roep: O Venus, felle star.

Hij corrigeert mij wel, maar geeft
het later toch misschien weer door.
Het lijkt zo'n magere troost,

te bedenken dat lang na de dood
een jonge vrouw een woord van jou
nog op de tong kan nemen.

Het is ook wel een weelderig genoegen,
niet geheel dood te hoeven.


Bij deze sterft Jan Eijkelboom niet helemaal, ook al was hij dan al 81.