De eerste meneer zat verscholen achter een boek in een straat waar je niet mag fietsen, hetgeen ik op dagelijkse basis toch pleeg te doen, omdat die straat vlakbij mijn stukje universiteit ligt en het mij heel wat moeite bespaart naar beneden te roetsjen. Volgens mij was hij niet echt aan het lezen en was het boek om de suspens te verhogen. Welke suspens, dat weet ik ook niet, maar de man had iets van een spion en waar spionnen zijn is altijd een beetje spanning.

Dus, in alle illegaliteit zoef ik naar beneden, nog denkend dat dat ritje van een vijftiental seconden echt geen 150 euro boete waard is. De man achter zijn boek roept ongeloofelijk luid en een beetje in paniek stop naar mij, en dus stop ik, en op dat moment, ha, hoe spannend, zie ik de blauwe meneren even verderop, triomfantelijk en slechts schijnbaar toevallig aanwezig te zijn in een straat waarin de enige misdaad ooit begaan fietsen is. Door studenten. Met weinig geld, in de regel, en toch, hoe warmpjes bij ook, niet met 150 euro op overschot.

De spion achter zijn boek kwam in de buurt van een goed mens, en de toevallig aanwezige straatwachten hadden meer iets van blauwe playmobilmannetjes, volledig werkloos gemaakt door een man een beetje verderop, die op schijnbaar toevallige basis stop riep, iets wat geen wet verbiedt, in tegenstelling tot fietsen in een straat die zo heerlijk naar beneden gaat dat het zonde is om er te wandelen.

De tweede meneer had een paarse jas aan en stond zo-even aan mijn voordeur, opzichtig reclame te maken voor een mobiele telefoonmaatschappij waar ik geen lid van ben. Of ik al een kaartje had van dat bedrijf, om superpromo's te ervaren en te bellen voor Geen Geld. Dat een man zonder opzichtige regenjas mij laat fietsen voor Geen Geld, dat vind ik ontroerend, maar van marketingjongens om halfvijf aan de voordeur word ik nijdig, want ik kies zelf wel voor hoeveel geld ik bel en wie daar iets aan mag verdienen.

Ik heb gezegd dat ik geen GSM heb. Ik heb wel een GSM, dat spreekt, maar daar heeft die meneer met vettige haren en een Antwerps accent geen zaken mee. En hij hoeft daar helemaal niet verbaasd om te kijken, want dan wordt het beledigend. Er bestaan tenslotte nog steeds mensen zonder, en if anything zouden zij meewarig moeten kijken bij het tafereel dat ik gisteren zag, twee mensen samen op een smal stukje stoep, beiden druk aan het bellen tot er eentje van de stoep hopte en achterbleef, zonder de blik van verstandhouding die je normaal hebt in zo'n situaties.