Wij gaan zwemmen. Wij, dat zijn mijn kater en ik.

Het was gewoon een grappige zin, ik had vanochtend helemaal geen kater. Een btje een gekke maag misschien. En tch gaan zwemmen (alwaar een dikke meneer zijn zwembroek verloor aan de sprinkplank, juk).

Hebt u ook gemerkt dat er iets van lente in de lucht zat of lag dat aan mij? Onderweg op de fiets was ik er een stukje over aan het bedenken, maar dat werd nodeloos pathetisch, met een merel die floot en een meisje van zes jaar met blote benen. Het is altijd een teken van aanrukkende lente als meisjes hun collants achterwege laten, dat wel, maar werkelijk nodeloos pathetisch.

En nu, we schrijven vrijdag acht februari, kijk ik uit naar een lente die nog twee maand op zich laat wachten.