Gisteren, toen ik geen 70 maar 80 baantjes ging zwemmen, liepen daar zomaar mijn twee tunrjuffen van vroeger. Juf Kristien, en ook Juf Carla. En ze kenden mij allebei nog, dat vond ik een soort compliment aan het kindje dat ik vroeger was. Want aan mijn sportieve prestaties zal het nooit gelegen hebben, voor mijn zestiende ben ik nooit over een bok gesprongen. Ik begrijp wel dat mensen fit moeten zijn om gezond te blijven, maar ik hoor een dokter nooit tegen mij zeggen: Mevrouw, u bent ernstig ziek, maar niets dat een sprong over de bok niet zal verhelpen.

Eerst het obligate gesprekje dat zo gaat, telkens als ik mensen die mij vroeger kenden vroeger:

- Slavistiek ja.
- Allez jong, slavistiek.
- Ja ja.

Alzo, mijn turnjuffen hebben tenminste gezien dat ik het zwemmen heb onthouden. En dat ik ondanks hun inspanningen zes jaar lang besloten heb vooral niets met lichaamsbeweging te doen.