Als er een nieuw woord wordt gemaakt voor documentaires die mensen choqueren, dan is er iets aan de hand met de wereld, dacht ik toen ik in de Morgen het artikel las over de, jawel, chocumentaire over Bulgaarse weeskinderen die, treurig genoeg, vaak nog ouders blijken te hebben en toch uiteindelijk niemand.

Er hangt zoveel af van het land waarin je bent geboren en van de geschiedenis ervan. Maar goed, daar gaat het niet over, dat heeft professor Detrez al uitgelegd in De Morgen van 22 januari. Ik heb een semester les gehad van Detrez en er overviel mij een raar gevoel van fierheid, alsof ik belangrijker word omdat mensen die mij iets geleerd hebben andere mensen ook iets leren. Ja, omdat ik het al geleerd had. Dat is, eerlijk zijn, heel erg triest, want boven het citaat van ooit mijn prof staarde een foto van een kindje met blauwe vliezen op zijn ogen naar mij. Het kindje zelf was blind, maar ik voelde hoe dan ook een zweem van trots.

Al mijn voornemens voor het jaar 2008 zijn strikt geheim of zouden dat moeten zijn, maar hier is er eentje dat iedereen moet weten: ik kijk dit jaar naar geen enkele chocumentaire. Ik heb een erg weke ziel. Ik huil als Phoebe trouwt in Friends. cht huilen, that is, niet het soort snotteren van ontroering dat mensen weleens hebben. En als twee woorden rijmen in een gedicht, dan krijg ik een krop in mijn keel ter hoogte van mijn strottenhoofd. Soms, dan moet ik wenen van reclamespotjes voor mobiele belmaatschappijen.

De idee van een lach en een traan is mij totaal vreemd. En traan en het hek is volledig van de dam. Chocumentaires hebben ongetwijfeld een hoger, nobel doel te dienen, maar aan mij is het niet besteed. Ik houd mijn hart alvast vast voor de trailers.