Ik ben een boek aan het lezen in het Frans, van Amélie Nothomb. Sinds ik Pools en Russich studeer is mijn Frans zodanig verwaterd dat het nu nog louter passieve kennis is geworden. Zelfs daar nog een flauw afkooksel van. Als ik zoek naar een Frans woord is daar eerst het Poolse, dan het Russische en soms, als ik geluk heb en mijn hersenen in een goede bui zijn, komt daarna het Franse woord. Waardoor ik vreselijk haper als ik Frans praat. Toen ik een tijdje geleden een Waal in de trein vijf euro zag verliezen, kon ik hem daar pas vijf minuten later op attent maken, omdat perdre niet wou komen. Was het een Pool geweest, dan zat stracić zo klaar om te vervoegen in de startblokken. Zelfs een Rus had терять kunnen krijgen, na een poosje van niets.

Maar de zin Vous avez perdu cinq euros, ho maar. Geleerd toen ik tien was, afgeleerd op mijn twintigste. Ik kon zelfs niet helemaal antwoorden op zijn vous êtes fantastique, dus hield ik het bij, ça va, je sais. Waardoor ik erg arrogant moet overgekomen zijn, allemaal omdat ik Pools studeer. (Gelukkig, zo denk ik maar, zijn er in Leuven meer Polen dan Walen.)

En nu lees ik een Frans boek en elk woord dat ook een Engels woord zou kunnen zijn wordt dat ook in mijn hoofd, ik vind het vreselijk, maar ik ben het tenminste aan het verhelpen. 't Gaat over een Belgische in Japan, wat het fascinerend maakt, want ik ben natuurlijk ook eens een Belgische geweest in het buitenland, maar dan een Vlaamse. En de Waalse in Japan heeft net hetzelfde probleem dat ze moet uitleggen dat Belgisch geen taal is, en als ze iets wil zeggen tegen een andere Belgische Waalse, dan doet ze dat ik het Nederlands, want de Japanners waar ze mee optrekt kunnen Frans en ze mogen het niet verstaan. Ze koop Chimay om speciaal te doen en ze is altijd de enige die weet waar ze precies vandaan komt. En ze kent dezelfde Belgische winter, en mist die niet, daar in Japan.

Het brengt eenheid in de verdeeldheid. Filip de Winter zou het moeten lezen. En alle kindjes in de scholen. Allemaal.