Er was een stukje stoep in mijn buurt, als je daarover reed, dan kwam er muziek van onderuit. Het ging van pradidoem alsof je over een beetje xylofoon fietste. Erover fietsen was vermoeiender dan eromheen, want het was ook een beetje een put, en een put betekent verlies van snelheid en even later komt de berg waarop ik woon. Die ik tegenwoordig niet meer opraak, want mijn ketting wil niet meer.

Ik fietste er elke dag expres over, voor die melodie van losse stenen in vochtig zand. Er liggen nieuwe tegels nu, rotsvast ingebed in het cement. Ze steken vuurrood af tegen hun verbleekte buren en zien er akelijk netjes uit.

Geen stoepmuziek meer. Maar ik denk nog pradidoem.