Ik heb kou 's nachts. Ik lig opgekruld als was ik mijn eigen liefkozenede minnaar, ik draai en keer en probeer het te negeren, de kou blijft rillen. Hij komt vanbinnenuit en straalt zachtjes maar onverbiddelijk naar buiten. Een door-en-door bevroren gloed.

's Middags komt ik zonder sokken wel toe, maar 's avonds ben ik ontzettend vrijgezel. Terwijl ik adem op mijn handen verkleum ik (net niet gezellig) verder op mijn eentje. Tot het haast niet kouder kan.

De lente is een mooi seizoen, denk ik.