Een mens komt er al eens toe zijn eigen dagboeken te gaan herlezen. Op 24 januari 2005 had ik een beetje last van examenstress en zat ik er pal op, voor de rest.

Mijn brein lijkt aangetast, ofzo, ik schijn niet meer te kunnen nadenken. Ik wou dat ik even niet kon bestaan - kon wegzinken in een perifere, parallelle wereld waar alles wordt gedaan en niets gedaan moet worden.

Enkele dagen later merk ik terecht op:

Ik ben precies niet gemaakt voor examens.

Ik ben daarentegen wel gemaakt voor uitslagen. Er staat overigens wel meer in waar ik paf van sta. Zoals de lente komt maar niet op gang. Of een zinnetje als een rups, desnoods. En wel in deze context:

Op de Chiro wordt zóveel gezaagd over dingen die ofwel in het aanschijn van eender wat (een rups, desnoods) zo banaal worden ...

Ik had natuurlijk wel gelijk, in het aanschijn van rupsen wordt veel gezaagd. Al lag dat ook wel aan het perspectief, het was ondertussen al 3 mei 2006, mijn stiefvader was van zichzelf een ex-stiefvader aan het maken, en geen kat die het wist. En maar zagen over drankbonnetjes. Een rups laat er zijn slaap niet voor, en ik lag tóch al wakker 's nachts.

Mijn geschrift is helemaal nog geen haar veranderd en ik was bijna vergeten dat ik een brief naar Arthur Japin had gestuurd.