Snipverkouden zat ik op de trein die mij van een hele dag vergaderen met professoren van Gent naar Leuven zou brengen. Ik ben zó verkouden dat mijn rechteroog zomaar begint te tranen zonder dat ik verdriet heb. Integendeel, vergaderen met professoren blijkt boeiend genoeg om mijn kop vol snot te vergeten.

In de trein naar huis heb ik in Gent mijn voeten op de zetel gelegd, de oortjes van mijn associale mp3-device in mijn eigen oren gestoken en mijn ogen toegedaan, met het plan ze pas in Leuven weer open te doen. Na vijf minuten stond er een conducteur naast mij, die simpel voorstelde dat ik beter een krantje onder mijn voeten kon leggen. Je gaat beter niet in de clinch met conducteurs die om tien uur 's avonds nog moeten werken tot Hasselt.

Met de Metro onder mijn voeten heb ik met muziek in mijn oren het tl-licht uit mijn ogen gesloten om pas vlakbij Leuven weer te zien. Ik vind treinen 's avonds laat soms iets heel existentieel hebben, maar dat kan ook aan de muziek en mijn zware ademhaling gelegen hebben.