De wereld roept winter en de herfst is nog geeneens goed en wel begonnen. Maar ik wil wel al een sjaal aandoen, mijn bouillot opwarmen en lekker in de zetel kruipen met thee of achter mijn bureau gaan zitten en slurpend lezen in de eerste teksten van mijn cursus Russisch. Vroeger haatte ik de herst omdat de zomer zoveel toffer lijkt. Ik baalde van mijn verjaardag op het randje van de late herfst en wou in de zomer verjaren net als iedereen die ik kende.

In het middelbaar lustte ik geen thee, maar ik heb het altijd iddylisch gevonden een pot te maken en daarmee naar boven te trekken. En 't ruikt zo lekker. Ik heb thee leren lusten en de herfst leren appreciëren. De bomen achter mijn dakraam worden altijd op één nacht kaal en ze zijn nu nog maar aan verkleuren toe.

De kippen zitten in een huddle bij elkaar gepakt en zien er zo lekker fluffy uit in de wind en de kat slaapt sinds het begin van het academiejaar op een bureaustoel, zo compact als-ie maar kan. Ik denk dat ik mijn flanellen overtrek opleg, ik zie bijna wolkjes als ik adem 's nachts.